Windenergie

Windenergie wordt voornamelijk opgewekt via windmolens of windturbines. Op kleine experimentele schaal kan ook energie uit wind gehaald worden uit windvliegers (kitepower). Maar dit is nu nog verwaarloosbaar klein.

Windmolens zijn grosso modo in te delen in grote en kleine molens (meestal tot 15m hoog) en wind op zee of wind op land.

Beweging van wind wordt via het rotorblad en generator omgezet in elektrische energie (stroom). Daar waar veel wind is zal er meer stroom opgewekt worden. Ook de grote van de rotorbladen en de hoogte van de windmolen is bepalend voor het vermogen en de opwekking van elektrische energie. Daarom worden windmolens op zee steeds groter en hoger.

Wind op land levert vanwege de obstakels en de dichtere bebouwing minder energie op. Daarom geniet wind op zee de voorkeur. Op land heb je de meest wind aan de kustgebieden. Wind op land levert bovendien sociale frictie op. Bewoners willen vaak geen grote windmolen in de achtertuin (NIMBY). Indien bewoners geconfronteerd worden met de mogelijkheid van windmolens in de buurt is het belangrijk om de lusten en lasten te delen, bewoners goed te informeren en goede afspraken maken over wat er wel niet wenselijk is.

Nederland moet flink aan de slag om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Dat betekent dat er flink wat windmolens bij gaan komen. In 2020 moet er 6000 MW (megawatt) aan wind op land gerealiseerd worden.

Op zee moet Nederland doorgroeien naar 11.500 Megawatt op zee in 2030. De wind op de Noordzee wordt als de duurzame bron voor Nederland gebruikt. Waarbij Nederland onderdeel is van het Noordzee cluster/netwerk. Wind op zee uit windturbines kan daarbij op termijn opgeslagen worden in waterstof en verder over het land getransporteerd worden via kleine aanpassingen in het aardgasnetwerk.

Windenergie is een lange tijd weggezet als een techniek dat te weinig rendement oplevert, relatief duur is en op land en deels op zee veel overlast veroorzaakt. Met name horizon en landschapsvervuiling worden vaak genoemd. De grootschaligheid van veel grote windturbines geeft een onrustig industrieel beeld in het landschap. Momenteel kunnen windturbines subsidievrij geëxploiteerd worden. De kosten van de bouw en het onderhoud van turbines zullen dalen. Wel stijgen de kosten van het net op zee. Voor 2030 verwacht Tennet een kostenpost van circa 6 miljard voor euro voor de aanleg en uitbreiding van het net. De stijging heeft met name te maken met de grotere afstand van parken ten opzichte van de kust.

De kostprijs van een kwh windenergie is drastisch gedaald, mede doordat windturbines groter en hoger zijn geworden (van circa 2 MW naar 12 MW per turbine) en windparken een hoger aantal turbines kent. Wind op zee wordt veelal geëxploiteerd door de grotere projectontwikkelaars zoals Vattenfall. Het kan gaan om parken van zo’n beetje 350 tot 700 MW.

In de routekaart 2023 en 2030 staan de volgende projecten in de pijplijn:

De verwachting is dat de kostprijs van windenergie nog fors gaat dalen.

Wind op land wordt vaker geproduceerd door agrarische ondernemers. Dat geeft vaak ook een meer versnipperd beeld in het landschap. Momenteel zijn daar ook wel richtlijnen voor. Waardoor het landschap een minder onrustig beeld krijgt. Vooral in Groningen en Drenthe is er veel verzet tegen de komst van grootschalige windturbines. Zo moet Groningen 855,5 MW aan wind op land realiseren. Dit is alleen haalbaar met grote turbines waar veel verzet tegen is. In Groningen is er geen verzet tegen kleinschalige windturbines die in het landschap passen. Helaas leveren deze turbines < 15m te weinig vermogen. Ze zijn met name bedoeld om agrarische ondernemers tegen een relatief betaalbare prijs energieneutraal te maken. De combinatie tussen zon en wind op bedrijfsniveau werkt hierbij goed.