Biobased Economy

Moeten we de regionale economie versterken en verduurzamen door meer producten en diensten te produceren vanuit biomassa en reststromen. In welke mate kan biomassa een waardevolle vervanger zijn voor de petrochemie. Kunnen we een groene industriële revolutie in het Noorden realiseren door over te schakelen naar een biobased economy en een biobased society? Een maatschappij waarbij zowel producent, afnemer als consument bewust zijn van de biobased economy.

In het Noorden hebben we het dan in volgorde van volume over aardappelen, suikerbieten, gras en granen (mais). De grootste voor energie beschikbare reststromen zijn: varkens- en rundermest, GFT-afval, slib (RWZI/AWZI) , papier en plastic reststromen. Import van grote volumes is onontkoombaar. Marktwerking kan een middel zijn maar alloceert de beschikbare biomassa niet altijd op basis van duurzaamheid.

Deze overschakeling naar groene grondstoffen heeft grote gevolgen voor alle sectoren in de samenleving. Er is niet alleen energietransitie gaande, maar een maatschappelijke transitie. We kunnen daarom ook wel spreken van een biobased society.

  • Groene Grondstoffen:
  1. In de eerste fase zal biomassa grotendeels ingezet worden als biobrandstoffen om deels de petrochemische infrastructuur (olie, gas, steenkool) te vervangen. Deze basis bulkindustrie van eenvoudige groene chemie zijn de groene bouwstenen voor de bestaande chemische industrie en de huidige materiaalindustrie. Op die manier kan er voldoende schaalvergroting gecreëerd worden, met nieuwe logistieke processen en het opgang brengen van nieuwe technologische ontwikkelingen. 
  2. De tweede fase is meer gericht op het toepassen en ontwikkelen van allerlei vormen van bioraffinage. Hierbij groeit de agro food sector steeds meer toe naar de groener wordende chemie sector. De Suikerunie zit middenin deze fase.
  3. In de derde fase neemt de biosector de positie over van de fossiele sector. De bioraffinage is volledig ontwikkeld en benut de complexiteit van de natuur in een veel directere zin. De raffinage van Nederlands gras is daar een voorbeeld van. Nu betalen we nog een bedrag voor stortkosten van gras, straks maken wij daar veel meer diverse producten van door gras te persen en daar eiwitten en vezels uit te halen voor o.a. meer de papierindustrie Smurfit Kappa in Hoogkerk. De reststoffen kunnen ingezet worden om groen gas te maken. De afhankelijkheid van fossiele grondstoffen is sterk verminderd in deze fase.

 

  • Transitie naar een veilige voedselvoorziening: het beter en efficiënter benutten van water en grond voor onze voedselvoorziening om zowel voedsel te produceren voor ons levensonderhoud als duurzame grondstoffen (uit biomassa) voor de chemische sector. De agro-food sector groeit toe naar de chemie sector. Dat betekent dat we meer aandacht moeten besteden aan nieuwe technieken zoals biokatalyse, enzymen en fermentatie en via cascadering betere keuzes maken gericht op de biobased economy.
  • Naast grootschalige biobased economy ontstaat er ook kleinschalige bioraffinage op het veld waarin lokale kringlopen gesloten worden door bijvoorbeeld het gebruik agroresiduen voor vezels en biogas. Daarmee voorkom je tevens de uitputting van de bodem en gebruik je nieuwe vormen van energie en warmte vanuit lokale bronnen.

Op dit moment zijn er nog grote stappen nodig om tot een volwassen biobased economy te komen. Belangrijk is dat de herkomst van grondstoffen goed in kaart wordt gebracht. Dat kan o.m. door een goed certificeringssysteem op te richten. In de transport sector wordt al veelvuldig gebruik gemaakt van zo’n systeem. Ook in de bouw bestaan materialenpaspoorten. Het is van evident belang dat in de agro-food sector een vergelijkbaar certificeringssysteem geïntroduceerd wordt dat voldoet aan de duurzaamheidseisen en waarin de oorsprong en de kenmerken van grondstoffen zijn opgenomen.

In het noorden hebben we relatief veel hectares aan landbouwareaal voor de productie van biomassa. Ook maakt de aanwezigheid van de Eemshaven de aanvoer van grootschalige biomassa mogelijk. Er is een brede kennisinfrastructuur van universiteiten en hogescholen aanwezig. Bovendien heeft Groningen van oudsher een sterk agrocluster. Vanuit de waardepiramide wordt er sterk samengewerkt in het Dutch Biorefinery cluster. Maar vinden er nog belemmeringen plaats in de wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld bij het sluiten van een mineralenkringloop.